Fantasy or reality?

Ik zit lekker tegen je aan, hangend op de bank. Het is een doodnormale avond met weinig plannen behalve chillen en series kijken. Ik begraaf mezelf bijna in je armen en ruik je, ik word er rustig van. Van het geknuffel word ik dromerig en zweef een beetje weg. Maar je laat me niet wegzweven en plotseling grijp je me bij de haren en dwingt me voor de bank. Je zegt geen woord maar kijkt me even in m’n ogen en duwt me voorovergebogen op m’n knieen en legt je voeten op me en kijkt verder TV. Ik schaam me dat ik hier van geniet, maar blijf rustig zitten. Na een tijdje haal je je voeten weer af me en geeft me een kusje. ‘Braaf zo’ zeg je tegen me. Ik glimlach, maar ergens zit nog een stemmetje in me dat roept: Braaf? Ik? Flikker toch een end weg!

Je leunt weer achter over en knipoogt. ‘Kleed je eens uit, meisje’ Ik slik. Naakt zijn is eng, vooral voor jou ogen. Ik ben nog steeds bang dat je me afkeurt, me even afstotelijk vind als ik over mezelf denk. Maar toch doe ik het, en 1 voor 1 doe ik alles uit, om daarna weer braaf voor je te gaan zitten. Ik schrik van mezelf, was ik niet vode de uberrelsub? Ik slik en kijk je verlegen aan. Je staat op, pakt iets en komt achter me staan. Zonder uitleg of vragen bedek je m’n ogen met bondagetape. Het voelt goed, ik wil afgesloten zijn zodat ik meer in contact ben met mezelf en wat ik voel.
Je gaat achter me zitten en pakt me even lekker vast, je trekt aan m’n haar, zoent me, knijpt me, aait me, bijt me, knuffelt me, krabt me. Je maakt me helemaal gek terwijl dit nog maar het begin is. Ik zucht van genot en kreun van de pijn, maar al voor ik het besef heb je me los gelaten en ben ik weer alleen in mezelf, zonder zicht.
Ik hoor gerommel in de lade waar je je speeltjes bewaart. Ik probeer te horen wat je eruit neemt, maar het is te onduidelijk. Je duwt me naar voren op m’n buik en legt me in een hogtie. Ik blijf rustig liggen, ik wil dit. Dat maakt me bang. Waar ik vroeger zoveel mogelijk tegenstribbelde, laat ik mezelf nu graag vastbinden. Het is nieuw, en verwarrend. Ik begraaf m’n gezicht in het matras, hopend dat het niet duidelijk was dat ik me schaam.

Je merkt het, en je komt op me zitten met je gezicht naast het mijne en fluistert in m’n oor. Dat ik een gewillig sletje bent, zo lief gaan klaarliggen, zonder morren. Ik bloos nog meer. Je weet telkens de goeie snaren te raken en ik begin te spacen. Ik ben volledig afgestemd op gevoel en geluid, nu ik niets meer zie. Bewegen is ook niet meer aan de orde, ondanks pogingen langs mijn kant.
Ik hoor hoe je wat te drinken pakt en op de bank gaat zitten. Er staat geen serie meer aan, maar muziek. Dus je zit op de bank naar me te kijken, besef ik. Je zegt niets, maar geniet van je drankje. Ik voel me klein, zo naakt op het matras, terwijl jij niets meer doet dan naar me kijkt. Het lijkt wel een eeuwigheid.

Voor ik het besef voel ik een harde slag op m’n benen. Je bent geruisloos gaan opstaan met een cane in je handen. Ik schrik me te pletter en jammer. Jij lacht hardop naar me, niet onder de indruk van het vroege gejammer. Ik schaam me dat ik al zo snel piepte, maar voor ik er nog over kan nadenken sla je weer, dez ekeer zachter. Je warmt rustig op, en ik ben je dankbaar. Regelmatig verwissel je van plek en van speeltje. Ik geniet van het opwarmen. Niet te veel, niet te weinig, draaglijk. Plots, paniek. Je begint voluit te slaan, ik slaak een gil en kronkel. Dit doet pijn! Rotzak! Alsjeblieft, niet stoppen! De tweestrijd in m’n hoofd is volop in gang tot je plotseling op een heel pijnlijk plekje slaat. Ik schrik me te pletter en roep voor ik het goed en wel besef ‘Auw! Lul!’ en wanneer ik besef wat ik net riep, slaat de schrik me rond het hart.

Je stopt, het is stil. Ik wil sorry jammeren, maar de stilte is nog indrukwekkender dan dat je me zou slaan. Ik slik en hoor je voetstappen naast me. Je zet je voet op mijn hoofd en drukt hem tegen de grond en spuugt op me. Ik voel me waardeloos. Je loopt de kamer uit en de trap af. De deur gaat dicht met een klap. Ik voel me alleen, zonder het geluid van je adem of voetstappen, en tape over mn ogen. De minuten tikken voorbij, en je komt niet terug. Ik voel paniek, ben je echt kwaad op me? Kom je nog terug? Het lijkt oneindig.

Eindelijk hoor ik het gepiep van een deur die open gaat en vertrouwde voetstappen die de trap op lopen. Ik ben bang, wat ga je doen, hoe ga je reageren. Je loopt de kamer in en zonder pardon plak je m’n mond af met ducttape. ‘Ik wil zo’n taal niet meer horen, begrepen?’ Ik knik, vol schaamte. ‘Ik geloof je nog niet, eens kijken of je het wel meent..’ Ik slik. De afkeuring in je stem is te horen, en je klinkt dwingend en gevaarlijk. Ik schommel tussen pure angst en opwinding.
Ik kerm, zo onverwacht als het was voel ik een venijnige klap. “Tien” Hoor ik je zeggen. Ik slik.
“Negen” Ik verkramp.
“Acht” Dit valt wel mee
“Zeven” Ik hap naar adem
“Zes” Ik wil je verrotschelden
“Vijf” Ik krimp ineen van de pijn
“Vier” Ik verdien het
“Drie” Ik laat het over me heen komen
“Twee” Ik zweef weg
“Een” Het spijt me

Je pakt m’n kin vast en vraagt of ik heb bijgeleerd. Ik knik lichtjes, ver weg met m’n hoofd. Je slaat me volop in m’n gezicht. ‘ Heb je bijgeleerd?’ ik schrik me te pletter en mompel door de ducttape dat ik heb bijgeleerd, en ik breek. De tranen komen ongeremd, en ik schok. Liefdevol trek je me bij je, en ik begraaf me in je armen. Bij jou voel ik me goed. Ik kan loslaten, ik mag huilen en klein zijn. Je troost me, zegt dat ik het goed heb gedaan. Dat je trots op me bent. Ik gloei, vanbinnen en vanbuiten.

Ik hou van je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *