Marietje moet harder werken deel 1

Hoi, mijn naam is Marietje. Ik word gek van mensen die zich introduceren door eerst te zeggen wat hun naam is, zulke mensen zijn saai en weten zich niet leuk uit te drukken. Net als ik. Ik ben maar een secretaresse, althans dat staat op mijn loonfiche. Ik heb een hekel aan de banale gang van mijn leventje en wil jou alles behalve vertellen over hoe een dag in mijn leven eraan toe gaat, want, ook al ken ik je niet, misschien worden we wel vrienden. Tenminste als je me interessant genoeg vindt. Misschien weet ik je aandacht voor mij wel te strikken door je te vertellen over de spannendste dag van mijn leven. Of moet ik zeggen: de enige spannende dag van mijn leven. Een dag die ik nooit zal vergeten.

Vanochtend stond ik kreunend op, slofte de trap af naar beneden met mijn linkerpantoffel aan mijn rechtervoet en de rechter aan mijn linkervoet. Het begint al goed, dacht ik toen. Al roerend in mijn zwarte koffie bedenk ik wat deze dag zou kunnen brengen. Misschien wordt de knappe Tim, de baas van de firma Nobels waar ik werk, plots hetero en weet hij me te vertellen dat mijn nieuwe, zwarte kokerrok lekker rond mijn billetjes spant. Misschien geeft hij me wel een klap op mijn kont. Misschien… noemt hij me dit keer geen nutteloze glimworm zoals drie dagen geleden, toen ik de laatste offertes vergat af te drukken en me voor de spiegel liet betrappen, al pronkend met mijn nieuwste glittershirt. Nee, hij blijft voor eens en altijd een homo.

Ik rep me naar mijn werk en probeer me te vermannen. Dit keer vergeet ik geen offertes af te drukken. Aangekomen bij Nobels zie ik Griet, de 230-jarige opoe die aan de desk naast me werkt, snikkend en grommend proppen papier in de prullenmand werpen.
“Ik mag hopen dat dat niet jouw schitterende nieuwsbrief is die je daar naar de onderwereld verbant?” vraag ik verbaasd.
“Tuurlijk wel! WC-papier noemde hij het!” brult ze terug. Blijkbaar had ik mijn vraag beter retorisch laten klinken.
“Wat?! Hoe kan dat nou? Jij bent toch Tims favo? Als hij al niet met een man getrouwd was, had hij vast jou ten huwelijk gevraagd. Is hij gedumpt, of zo?”
“Ho, meid, kijk verder dan je neus lang is. Kijk maar ‘ns wat er in de bokaal rondzwemt. Johan is terug. De vader van Tim. Tim zit ergens in Aruba bruin te bakken met die knaap van ‘m.”

Ik kijk verschrikt naar Tims office, een loft op zich met glazen wand. Beter bekend als ‘De Bokaal’, althans bij de werknemers van Nobels. Een ongeveer 55-jaar-oude man met zwartgrijs kort haar en scherpe kijkers staart arrogant mijn richting uit. Het angstzweet breekt bij me uit. In een seconde tijd verlies ik al mijn zelfvertrouwen en weet ik niet meer wat ik moet doen: Me gaan voorstellen bij hem en sociaal over komen of als een bezige bij me onmiddellijk achter mijn desk verstoppen en rikketikken alsof mijn leven ervan afhangt? In plaats daarvan sta ik met open mond – plaats me in de bokaal en je weet waarom het zo heet – als een goudvis terug te staren.

Het is te laat. Ik kan me niet meer ‘casual’ ergens naartoe bewegen want hij stevent al op me af.
“Heb jij niks te doen? Ben je een stageleerling die in de weg komt lopen?”
“Ehh, nee, ik, ehh, ben uw s… scerates, screa, euh, secretaresse.”
“Ben je een Poolse? Russisch?”
“Ehh, nee.”
“Je weet toch dat je pérfect Nederlands moet kunnen om bij Nobels te werken? Basis woordenschat is niet genoeg! Verdomme, wat sturen die uitzendbureaus tegenwoordig naar eerste klasse bedrijven? Enfin, maak jij de nieuwsbrief maar, zelfs in half Nederlands heb je nog kans om ‘m boeiender te maken dan die van Grietmans daar!”
Achter mijn rug hoor ik Griet naar lucht happen.

Mijn gezicht is zo versteend dat ik beleefd probeer te knikken, maar ik krijg er geen beweging in. Ga terug naar je bokaal, God, laat hem alsjeblieft terug weggaan en dan zweer ik U dat ik er een steengoede nieuwsbrief van maak! Johan bekijkt me gedetermineerd van top tot teen. Zijn blik blijft zelfs hangen bij mijn borsten, meen ik te denken. Nu komt het. Hij gaat zeggen dat ik er als een hoer bij loop met mijn zichtbaar opgepushte borsten in mijn decolleté en krappe rok.
“+1 voor je voorkomen, toch nog iets dat meevalt.”

Hij draait zich eindelijk om en begint te kafferen op de volgende rij werknemers. Ik zet me aan het werk en weet helemaal niet meer wat ik moet denken. De rots in mijn maag maakt plaats voor een weeïg, ijl gevoel door de after-shock en opwinding over dat laatste wat hij heeft gezegd… Ik neem een krentenkoek met chocoladesnippers en een volle kop zwarte koffie om te bekomen. Daarna dender ik als een sneltrein over de intro van de nieuwsbrief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *