Ramissa en de Roomijs fabriek deel 2

“Als je dat maar weet.” Wreef Ramissa zich nerveus over haar arm heen. Met zoveel gemaskerde ogen die haar ook nu al belangstellend aankeken, was het uittrekken van haar mantel al een hele onthulling. Ze had eerder naakt geposeerd, maar nog nooit voor zulk hoogstaand publiek, en nog nooit op de manier die er snel zat aan te komen.

Ze schrok toen er plots vier boeien en een beugel naar beneden kwamen, die onceremonieus aan kettingen vanaf het plafon bleven dengelen. Een van de sjouwers was de stellages in geklommen, om ze daar te bevestigen. Met een triomfantelijke zwaai naar zijn collega’s, klauterde de man nu terug.

“Het is bijna tijd dropveterje.” Fluisterde Willem in haar oor, zelf ook met een accent dat bewust naar geveinsd Frans klonk. “Na mijn hele galerij te hebben bezichtigd en vijf kilometer te hebben gereden, ben jij nu mijn ‘piece de resistance’. Ontspan je en laat al het werk aan mijn crew over.”

Stipt een minuut nadat het publiek zich zetelde, nog steeds geënerveerd door Willem’s andere werk, sloeg het licht uit. Ramissa wist wat haar te doen stond en sloop weg.
Toen er slechts een enkele spot weer aanging, stond Willem in het pillaar van licht, voor een ademloos publiek.

“Meine Damen und Herren.” Sprak hij in express verknipt Duits. “Dank u allen voor uw geduld. Na een al roerige avond, heb ik nu iets voor u, wat u nog meer zal versteld doen staan, dan wat ik u al heb getoond.”

“Met waarlijk genoegen, presenteert Wonka Arts und Kunst, U zijn volgende meesterwerk. En zoals bij al mijn werk, moedig ik U vooral aan actief mee te doen zodra u de kans krijgt, want deze afsluiting is interactief.” En Willem boog, warrelde met zijn hand en stapte de duisternis in.

“Ik geef U: De vlucht!”

Toen er een ander spotlight weer aanging, slaakte het publiek een zucht van verassing. Choquerend was het goede woord, toe ze daar de zwarte Ramissa zagen hangen. Door de draagriem gesteund, bungelde ze in de boeien met borsten en hoofd omhoog. En dit alles in het pikkedonker, want het enigste licht dat er was, viel op Ramissa en het publiek zelf.
Ze had zich uitgekleed en de volle omvang van haar mooie donkerbruine huid was zichtbaar. En daarvan was er inderdaad veel te zien. Haar gewichtige borsten waren stevig genoeg om niet over haar torso te draperen, met donkere tepels door de kou naar boven gericht.

“Oh meisje, wat vlieg je mooi.” Tierde Willem beschouwend vanaf de schaduwen, als commentaar op zijn werk. Zijn schelle, hese stem galmde door de fabriek.

Ramissa sloot slechts haar ogen en ontspande zich, ondanks Willems stem. Ze had de rust nodig om niet in totale paniek te raken, door wat Willem met haar van plan was. Ze had de rust nodig, om zich van alle ogen die nu over haar huid gleden, te ontrekken. Dit was kunst, per slotte.
Het zou haar echter een worst wezen wat Willem allemaal zei, want dit was altijd dezelfde postmodernistische retoriek: Onbegrijpelijke verwijzingen en overmatige geëmotioneerde, doch vage uitspattingen alom. Het zou haar hebben gestoord, als Willem niet eerlijk aan haar had toegegeven, waar het werkelijk allemaal om draait.
Het was willems mening, dat de moderne kunstenaar eigenlijk lui is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *