Ramissa en de Roomijs fabriek deel 3

Zolang deze maar genoeg buitensporigheid in zijn werk stopt, dan vergeeft de aanschouwer hem alles. Het publiek waant zich elitair, verzint er zelf een betekenis bij, zelfs al had de kunstenaar geen in gedachte. Willem kon overal mee weg komen, zolang hij het maar met verve deed. Hier, hier wou ze hem wel bij meehelpen.

“Je fantasieën en hoop achterna misschien?” Schreeuwde Willem.

Ramissa opende haar ogen en haalde diep adem. Meters boven zich, uit het zicht, hing een loeizwaar vat, precair met kettingen boven haar Zuid-Amerikaanse lichaam gehangen. Het ding zag er onstabiel uit, maar het was niet het vallen van de ketel wat Ramissa angst aan deed. Neen. Het was slechts de anticipatie op waneer het ding zou omkiepen.

“Oh Icarus.” Krijste Willem tot slot. “Is dit wat gij beoogd?”

Als op bevel, kantelde het vat. Het was een tijdloze beleving om te aanschouwen. Ramissa kon niet veel meer doen dan daar hangen, terwijl de inhoud naar beneden stortte, over haar heen. Langzaam viel het witte goedje naar beneden, eerst als een speer. Halverwege werd het een witte hand, met zeven vingers die om zich heen grepen. Met slechts de laatste meter van de val, spreidde de vloeistof zich nog meer uit, om een doek te vormen. Bijna als het oerwitte laken van een bed, dat langzaam op je neerdaalt. Als een droom, totdat het op haar lichaam neer spatte als een vloeibare klap.

Alsof ze even verdronken was, duurde het even voordat Ramissa weer vat op haar ademhalen kreeg. Met een teug inwaarts, opende ze haar mond.

“Dromen zo zoet als vanille?” Commentarieerde Willem.

Ramissa liet haar tong over haar mondhoek vallen en genoot even van de mierzoete smaak van gesmolten roomijs. Het was warm, warmer dan ijs hoort te zijn. Zo wreed was Willem niet en hij had het van tevoren gesmolten tot een kleffe, plakkerige en kleverige stroop.

Het publiek was uiteraard geschokt. Er was plotsklaps niks meer over van de bijna Nubische schoonheid, die nu vervormd was tot een slordig gesmolten, witte massa. Alles wat er van haar mooie donkere huid over was, liep weldra onder, toen het goedje van haar afdroop, tussen benen, billen en borsten door.
Het publiek was zelfs zo geschokt, dat ze in totale verbijstering geen woord repte over het feit dat ook zij er ook onder zaten. De helft zat er met open mond bij, een vrouw brak in lachen uit en een oude man begon een staande ovatie te geven. Het was de excentrieke kunstenaar wederom vergeven toen de meerderheid begon mee te klappen.

Het beschouwend roezemoezen duurde nog vijf minuten voort, maar Willem’s volgende gebaar maakte overdadig duidelijk dat dit nog niet het einde hoefde te betekenen van de voorstelling. Net toen mensen wilden op staan, om in het donker op zoek te gaan naar de artiest voor het geven van felicitaties, werd er een rode loper uitgerold. Een loper onder het lichaam van Ramissa door, recht voor de voeten van het wachtende publiek.

“Zijn jouw vleugels ook van bijenwas, als we ze beroeren?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *