Yuki-Onna deel 1

Lijn 17 liet op zich wachten. Het geduld dat hij normaal altijd kon opbrengen voor de bus was getemperd door de omstandigheden waarin hij zich bevond, namelijk in de vrieskou van een zaterdagnacht, op de bushalte bij de molen tegenover de Lazarus. Het sneeuwde, voor het eerst deze winter. De eerste sneeuw, en dan met name die eerste sneeuw die tijdens de dagen van kerst en advent valt, verwonderde hem altijd op dezelfde kinderlijke manier waarop het de meeste mensen verwondert. Maar het was inmiddels te laat en te koud en de sneeuw viel te hevig om nog op waardering bij hem te kunnen rekenen. Gesterkt door de warmte van zijn trenchcoat, door de beschutting van het bushok en door de gloed van het bier van de Lazarus dat nu door zijn lijf stroomde, had hij zich met zijn lot verzoend. Hij merkte een meisje op dat naar dezelfde bushalte als waar hij stond kwam aanlopen. De sneeuwbui had haar duidelijk overvallen, maar ook zonder de sneeuw zou de kleding die ze droeg niet genoeg zijn geweest tegen de kou van deze tijd van het jaar. Ze droeg een strakke zwarte broek, een wit vest die haar navel onbeschut liet en liep op laarsjes. Ze had lang blond haar, dat ze los droeg. Voor de enige warmte die ze nog kon voelen had ze haar armen om haar lichaam geslagen. Hij nam aan dat ze uit In Casa kwam. Hoewel duidelijk was dat ze het ongemakkelijk had, hield ze zich groot en glimlachte ze naar hem. “Koud!”, zei ze. “Inderdaad, zeker met wat jij aan hebt”, antwoordde hij, te laat beseffende dat het antwoord lomp was. “Tja”. Ze had het niet lomp opgevat. Hij besloot het goed te maken, deed zijn trenchcoat uit en voordat ze de kans had bezwaar te maken sloeg hij hem om haar heen. “Uh… dank je!”, lachte ze. De lange jas was gemaakt voor een lichaam van minstens 1.85, niet voor een nimf van zeker een kop kleiner dan dat. De onderkant van de jas rustte op de stoep en de mouwen kwamen ruim voorbij haar handen.
“Hij is wel zwaar, zeg!”
“Oh? Ik draag deze jas al jaren en ben het gewend, dus ik zou het niet weten”
“Geeft niet, ik hou hem nog even om, als je het niet erg vind. Is de bus al langsgekomen?” “Nee, ik wacht er ook al op, die van tien over half één is nog niet geweest”
“En hoe laat is het nu?”
Hij keek op zijn mobiel. “Tien voor één”
“Kut…”
“Mja”
“Hopen maar dat ik mijn trein haal”
Ze ging zitten op het bankje van de halte, rustte haar hoofd tegen de glazen wand en sloot haar ogen. Ze leek moe. Hij keek afwisselend op zijn mobieltje om te zien hoe laat het was en in de verte vanwaar hij dacht dat de bus zou komen.”Ken ik jou niet van Dramatische Media?”, zei ze, zonder de ogen te openen.
“Ja, dat klopt! Doe jij dat vak ook?”. Dramatische Media was een bijvak, dat zich kenmerkte door de grote belangstelling van in feite elke student die zich artistiek en individualistisch waant. Maar omdat zowat iedereen zich tijdens de les profileerde als individualistisch en artistiek, kon er eigenlijk niet meer gesproken worden van echte individualisme. Iedereen leek op elkaar. Hij kon niet herinneren haar tijdens college gezien te hebben. Ze praatten over de laatste film die tijdens het vak vertoond werd, tot dan eindelijk de bus verscheen. Ze stapten in. De buschauffeur verontschuldigde zich zonder het echt te menen, problemen met ijzel. De bus was nagenoeg leeg en ze konden tegenover elkaar zitten. Zodra de bus weer bewoog werd ze zich weer bewust van het naderende noodlot van de treinen die niet meer reden naar waar zij heen moest gaan.
“Hoe laat is het nu?”
Hij haalde weer het mobieltje uit zijn broekzak. “Kwart over één”.
“Kut… ik ben gestrand”
“Ik heb een logeerbed in mijn appartement, je kan bij mij logeren als je wilt?”. Hij zei het op een amicale toon, overtuigd dat zij niet serieus op het aanbod in zou gaan maar het gebaar wel waardeerde, net als het lenen van de jas, die ze nog steeds droeg.
“Logeren bij jou?”
“Ja, grapje, ik bedoel het niet serieus of zo, ik bedoel je kent me pas…”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *