Yuki-Onna deel 2

“Is goed”, onderbrak zij hem.
“Serieus?”
“Als je het niet erg vind? Ik ken hier verder niemand bij wie ik direct terecht kan. En je lijkt me geen slechte vent”
“Uh, ok! Maar ik moet je waarschuwen, mijn appartement is een rotzooi, op dit moment. Van de keukenvloer kun je eten…”
“Nou, mooi toch?”
“…want de muizen doen het ook en die zijn ook nog steeds niet dood”
“Jij bent grappig…”
Ze lachte, zonder dat duidelijk werd of ze hem echt hilarisch vond of simpelweg beleefd wilde zijn, maar duidelijk was dat ze het goed bedoelde.
“We rijden door naar de Opaalstraat. Ik woon in een antikraak-flat daar”
10 minuten later stapten ze uit. De straten waren leeg. De flat stond pal naast het bushok en oogde vervallen, net als de rest van de buurt.
“Het ziet er niet uit, maar het is goedkoop. Studentenflats hebben me nooit getrokken. Alleen jammer van de lantaarnpaal voor het raam van mijn slaapkamer”
“Ik snap”
Eenmaal in zijn appartement maakte hij meteen de logeerkamer in orde, die tevens dienst deed als rommelhok.
“Nogmaals, sorry voor de rommel. Ik heb niet zo vaak visite en ik stel altijd alles uit, ook opruimen”
“Geeft niet, ik snap”
“Wil je nog iets drinken?”
“Nee hoor, ik ben goed zo. Dank je”
“Ik weet niet eens hoe je heet”
“Julia. Jij?”
“Dauben. Weltrusten, Julia”
“Jij ook, Dauben”
Hij ging naar zijn eigen slaapkamer, kleedde zich uit tot op zijn boxershort, deed het licht uit en ging liggen onder zijn dekbed. Na vijf minuten alleen gelegen te hebben, zonder echt aan slapen te denken, stond Julia in de deuropening. Ze had de deken van het logeerbed losjes om haarzelf geslagen. Aan de contouren van haar lichaam, flauw uitgelicht door de straatlantaarns, kon hij zien dat ze naakt was.
“Ik heb het koud”
“Ik kan de verwarming aanzetten?”
“Dat bedoelde ik niet”
Zonder op aanmoediging of protest te wachten, liet ze de deken vallen, kroop ze onder zijn dekbed en voelde hij hoe haar huid zacht, maar inderdaad ijskoud aanvoelde.

Dauben werd de volgende morgen wakker in een bed, dat behalve hemzelf leeg was. Niets in de slaapkamer herinnerde hem aan de nacht ervoor. De deken van de logeerkamer lag daar weer op zijn plaats. Hij stapte uit bed, nadenkend over de vreemdheid van gisteren. Hij liep naar zijn keuken om sap in te schenken, tot hij het vel papier merkte, dat met plakband aan de knop van zijn voordeur bevestigd was. Hij haalde het papier van de deurknop en las wat erop stond.

Dank je voor gisteren. Je bent een schat.
Sorry dat ik zo weg ben gegaan.

Julia

PS. probeer me niet te zoeken, dit is beter zo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *