Yuki-Onna deel 3

Het college van Dramatische Media viel op een donderdag. Dauben had geen productieve dag meer gehad sinds het afgelopen weekend, laat staan dat hij zich voor het college van donderdag had voorbereid. De verwachtingen die hij voor die dag had, had hij ongemerkt groter laten worden dan gezond was. De ontmoeting dit weekend herhaalde zich telkens in zijn hoofd en bij elke nieuwe herhaling ontstonden nieuwe vragen. Wie was ze, wanneer ziet hij haar weer, waarom bleef ze slapen, waar woonde ze, wanneer ziet hij haar weer, waarom ging ze zomaar weg, wanneer ziet hij haar weer, wanneer ziet hij haar weer en wanneer ziet hij haar weer. Hij betrad lokaal 3 van het Lipsiusgebouw. De les begon pas over een minuut of tien, maar het lokaal, dat hij door de steile trapsgewijze opeenvolging van de schoolbanken eerder weg vond hebben van een soort primitieve wolvenkuil, was al redelijk gevuld. Hij deed alsof hij naast de banken stond te kijken naar een geschikte plek om te zitten, maar een willekeurig iemand die op hem zou hebben gelet zou hebben geweten dat hij daar te lang over deed. Hij zag haar niet. De docente maakte aanstalten om met haar college voor vandaag te beginnen en hij ging op een leeg gebleven stoel midden in de middelste schoolbanken zitten. Het verhaal van de docente over Dogma 95 ging grotendeels langs hem heen. De tijd kroop frustrerend langzaam naar de pauze toe. Toen die aangekondigd werd, stond hij op en wilde hij naar de kantine lopen, tot hij bij de bovenste schoolbanken haar zag. Ze leek, afgezien van haar gezicht, in niets op het feeachtige wezen dat hij ontmoet had. Ze droeg een gewone spijkerbroek en een zwarte dikke trui die vast knus en warm zat, maar die haar van alle seksualiteit beroofde. Het enige dat aan haar opviel was dat ze in feite in niets echt opviel. Had hij haar nooit ontmoet bij de bushalte, dan had hij haar hier ook nooit opgemerkt. Buiten het lokaal wachtte ze totdat de les hervat werd.
“Hey, Julia”
“?”
“Goed thuisgekomen, op zondag?”
“Hoe bedoel je? Waar heb je het over? Mijn naam is Jolien”
“Kom op… je was bij mij, je hebt bij me geslapen.”
“Nee, ik ken je niet. En ik vind dit een beetje eng worden…”
“……… Sorry. Mijn fout.”
Zou het hem op de man gevraagd worden hoe hij zich nu voelde, dan zou hij het ontkennen, maar zijn gelaat verraadde hem. Hij schaamde zich dood. Hij liep weg, naar de meest dichtstbijzijnde herentoilet. Hij probeerde daar te kalmeren en zich te herstellen van de gebeurtenis van net, dat totaal niet was wat hij had gehoopt dat het was. De docente was al begonnen met het tweede deel, toen hij weer plaats nam in de banken. Wederom was haar verhaal niet aan hem besteed. Hij analyseerde wat er net was gebeurd, kwam tot de conclusie dat hij niets had om zich voor te schamen en dat hij niet anders kon dan haar nog eens te confronteren, of ze nu wilde of niet. Na de les keek hij op naar waar zij zat. Hij zag haar net uit de deur verdwijnen en zou haar nooit in kunnen halen.

De zaterdag die tussen kerst en oud en nieuw viel, was niet veel warmer dan de vorige zaterdag, waarin hij moest wachten op een verlate bus. Het sneeuwde nu niet, al had het dat wel de laatste paar dagen af en aan gedaan. Niet lettende op de door overreden grijs slijm bevuilde straten was de Leidse binnenstad veranderd in een mooi, maar unheimlich maanlandschap. Hij had dit keer niet zoveel gedronken als de vorige keer, zijn hoofd stond er niet naar. Hij was eerder op de avond bij de In Casa naar binnen gegaan, in de hoop haar daar tegen te komen, al wist hij bij voorbaat dat dit een vruchteloze onderneming zou zijn. Hij paste niet in de In Casa. De muziek was niet zijn muziek, de mensen daar niet zijn slag mensen. Hij hoorde daar niet, hij wist het zelf en, zoals hij het zelf zou verwoorden, iedere breezerlurkende tuthola of te gezonnebankbruinde pik op poten die hem daar rond zag lopen bevestigde hem in zijn zelfkennis. Maar als hij eerlijk was, zij was voor hem voldoende rechtvaardiging om zich in deze hem vijandige omgeving te wagen. Maar ze was er niet. Hij had ingezien dat hij van dit plan niet veel gelukkiger zou worden en zocht zijn vrienden in de Lazarus op, zich voorbereidende op hun honend oordeel over zijn bezoek aan de overkant. “Wat de fuk moet jij nou in de In Casa, mafkees! Hiero, bier”. Toen het wat hem betreft weer mooi was geweest, begaf hij zich naar de bushalte, waar hij nu nog steeds wachtte. Hij stond zijn mobiel op berichten te controleren, toen opeens een stem hem afleidde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *